Gewoon Nederlands
Geen vaktaal voor een breed publiek
Vermijd afkortingen
Beperk het gebruik van de naamwoordstijl
Wees concreet
Gewoon Nederlands
Niet iedereen in Nederland heeft hetzelfde taalniveau. Uit onderzoek van BureauTaal blijkt dat ongeveer 80% van de overheidsteksten wordt geschreven op een niveau dat 60% van de mensen niet (meer) begrijpt. Met andere woorden: een groot deel van onze lezers snapt niets van wat wij schrijven. Schrijf daarom zoveel mogelijk in gewoon Nederlands.
Vergelijk eens:
Naar aanleiding van uw brief gedateerd 21 april 2005 inzake het artikel in de Consumentengids van mei 2005 over duurzaam inkopen door gemeenten bericht ik u het volgende.
Met:
In uw brief van 21 april 2005 wijst u ons op een artikel in de Consumentengids over duurzaam inkopen door gemeenten.
Nog een voorbeeld. Artikel 1 van de Grondwet:
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
In gewoon Nederlands:
In Nederland behandelen we iedereen op dezelfde manier. Natuurlijk alleen als de situaties hetzelfde zijn of heel veel op elkaar lijken. Discriminatie mag niet. (Bron: De Grondwet in eenvoudig Nederlands – SDU Uitgevers, 2007)
De Grondwet in eenvoudig Nederlands herschrijven gaat misschien wat ver. Maar het voorbeeld geeft wel aan dat eenvoudig Nederlands makkelijker is dan je denkt.
Geen vaktaal voor een breed publiek
Om een tekst te begrijpen, moet je ongeveer 90% van de woorden kennen. Gebruik daarom zoveel mogelijk makkelijke woorden. Dus niet 'initiatief' maar 'plan', geen 'essentieel' maar 'noodzakelijk'. Schrijf 'wijzigingen' in plaats van 'mutaties', en gebruik 'proefproject' als woord voor 'pilot'.
Maak de zaken ook niet mooier dan ze zijn. Schrijf niet over 'een onrendabel investeringskrediet' als je 'verlies' bedoelt en noem het 'bezuiniging' en geen 'financiële taakstelling'. Vermijd ook wollige maar nietszeggende woorden als 'slagvaardig', dynamisch' of 'stukje'.
Begrippen die voor de meeste ambtenaren gesneden koek zijn, zijn voor de buitenwereld vaak onbegrijpelijk. Denk aan 'nota van uitgangspunten', 'bestemmingsplanwijziging', 'gaat de inspraak in' of 'monumentale houtopstanden'. Probeer deze termen te mijden in teksten die (ook) de buitenwereld leest.
Uitzondering 1: moeilijke woorden zijn niet te vermijden
Lukt het niet een vakterm echt te vermijden? Bijvoorbeeld omdat er juridische consequenties aan zitten? Zorg dan dat je 'm in gewone taal uitlegt. Of geef een paar voorbeelden van wat je bedoelt.
Bijvoorbeeld: 'erfafscheiding (zoals een hek, haag, of muurtje).'
Uitzondering 2: voor vakgenoten
Schrijf je een interne tekst die alleen bedoeld is voor de mensen van je eigen afdeling, of een collega op hetzelfde vakgebied? Dan kun je rustig jargon gebruiken. Het kan zelfs handig zijn, omdat je in dat geval vaktermen juist niet hoeft uit te leggen.
Maar bedenk wel: nadat het college een besluit heeft genomen, is een nota openbaar! Dat betekent dat ook niet-specialisten die nota moet kunnen lezen én begrijpen.
In schema (klik voor een grotere versie):
Vermijd afkortingen
Een tekst vol afkortingen als d.m.v., mw., incl., i.v.m., t.g.v., t.b.v., n.a.v., enzovoort leest niet lekker. Daarnaast komt het wat onverschillig over. Bovendien hebben afkortingen soms meer dan één betekenis. Dan laat je de lezer raden naar je bedoeling.
Bijvoorbeeld: t.g.v. Bedoel je nu ten gunste van? Of ten gevolge van?
Vermijd daarom zulke afkortingen!
Gebruik ook geen afkortingen voor jargon, organisatieonderdelen of projectnamen. Dus niet DIA, MD, FAZ of OSSOS. Maar mocht je zo'n naam een aantal keer in je tekst willen gebruiken, kan het toch prettiger zijn met afkortingen te werken. Leg 'm dan de eerste keer uit: Dienst Informatie en Administratie (DIA).
Uitzondering: sommige afkortingen mogen wel
Mag je er vanuit gaan dat een afkorting bij je lezer bekender is dan de naam waar ze voor staan? Dan gebruik je natuurlijk de afkorting wél.
• ANWB in plaats van Algemene Nederlandse Wielrijders Bond
• NS in plaats van Nederlandse Spoorwegen
• btw in plaats van belasting toegevoegde waarde
• PvdA in plaats van Partij van de Arbeid
• Enzovoort
Ook in titulatuur mag je de afkorting gebruiken: dr. drs. mr. prof. en dergelijke.
Beperk het gebruik van de naamwoordstijl
Dit is een stijl waarbij de schrijver veel zelfstandige naamwoorden gebruikt in plaats van werkwoorden. Om de zin volledig te maken gebruikt hij dan 'vage' werkwoorden als 'plaatsvinden', 'komen tot', 'verband houden met' en 'geschieden'.
Dus niet:
Om uitvoering te kunnen geven aan deze hoofdtaak is het geen vereiste dat een jeugdagent maandelijks overleg met de school heeft.
Maar:
Om deze hoofdtaak te kunnen uitvoeren hoeft de jeugdagent niet maandelijks met de school te overleggen.
Ook niet:
Met de betrokken instanties wordt overleg gevoerd om tot een bespoediging van de aan te brengen voorzieningen te komen.
Maar:
Wij overleggen met de betrokken instanties om bepaalde voorzieningen versneld aan te brengen.
Wees concreet
Maak van je lezer geen spoorzoeker, maar zeg wat je bedoelt.
Enkele voorbeelden:
'…de eerdergenoemde problemen…' -> benoem de problemen nogmaals kort.
'kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar' -> 'kunt u contact opnemen met Henk de Vries. Hij is bereikbaar op telefoonnummer (050) 123 45 67.'
'het bedrag wordt binnenkort overgemaakt' -> 'deze subsidie van € 10.000,- maken we volgende week maandag over'.
Kijk ook eens naar het volgende voorbeeld. Het lijkt heel concreet, maar de lezer (én de ambtenaar die het dossier behandelt!) moet zelf een berekening maken. Hoe schrijf je deze voorwaarde nog eenduidiger op? Zodat de lezer niet hoeft te rekenen, maar in één oogopslag kan zien waar hij aan toe is?
… dan mag u op 31 december 1999 niet ouder zijn dan 35 jaar.
… dan moet u na 31 december 1963 geboren zijn.